MANUKAHONING (250 G) (BIJENHOF BEE PRODUCTS)

MĀNUKAHONING
. kan gebruikt worden bij keelpijn en bij de behandeling van een verkoudheid
. is goed voor het ondersteunen van een normale immuniteit
. wordt ook gebruikt als gezichtsmasker of om wonden te verzorgen

Lees meer over de eigenschappen van dit product...

MANUKAHONING (250 G)


Omschrijving
De Leptospermum Scoparium of Mānuka of Tea tree komt in heel Nieuw-Zeeland voor, maar voornamelijk aan de oostkust van zowel het Noordelijk en het Zuidelijk eiland. Verder groeit de boom in Australië, te weten in Tasmanië, Victoria en Nieuw-Zuid-Wales. Mānuka (vanuit het Māori 'mānuka') is de naam die in Nieuw Zeeland wordt gebruikt, en “tea tree” is gebruikelijk in Australië en in mindere mate ook in Nieuw-Zeeland. Deze naam ontstond nadat James Cook de bladeren gebruikte om een 'thee'drankje mee te maken. De bloemen zijn wit, zo nu en dan ook roze, meestal 8–15 mm in diameter, met vijf bloemblaadjes. De honing die ontstaat wanneer honingbijen de nectar van deze bloemen verzamelen, heeft een unieke, sterke smaak en is donkerder dan gewone honing. Het bijzondere aan Mānukahoning is de antibacteriële en schimmeldodende werking die worden uitgedrukt in een UMF- of MGO-waarde (Wikipedia).
 
Waar moet u als consument op letten?

  • Vermijd verpakkingen waar nergens een verwijzing naar UMF of MGO wordt gemaakt. Ziet u met andere woorden een etiket met eenvoudigweg "Mānukahoning 10+" op, dan zou het wel eens kunnen dat men het heeft over een TAA of totale activiteit van 10+, inclusief waterstofperoxide activiteit. Men kiest er dus voor om essentiële informatie weg te laten en zo de consument om de tuin te leiden.

  • Zoek een honing met UMF van minstens 4,5 of 5. Vanaf dan spreken we over een actieve Mānukahoning. Een UMF < 4 is verwaarloosbaar.

  • Indien er gebruik wordt gemaakt van MGO in plaats van UMF, kijk dan uit voor een MGO-waarde van ten minste 85+.
 

Antibacteriële componenten van (Manuka)honing
Elke zuivere, onverhitte honing heeft drie eigenschappen waardoor honing beschouwd kan worden als antibacterieel. Hierdoor wordt honing sinds jaar en dag gezien als een soort wondermiddel tegen kwaaltjes en voor wondheling.

  • Waterstofperoxide: Alvorens men waterstofperoxide juist had geïdentificeerd, verwees men ernaar onder de naam inhibine. Waterstofperoxide wordt gegenereerd door het enzym glucoseoxidase, dat aan de nectar wordt toegevoegd door bijen tijdens het verwerkingsproces. Dit enzym, en bijgevolg ook waterstofperoxide, is gevoelig aan licht en warmte, waardoor het beter is om honing nooit te verwarmen boven de 50°C, en altijd op een donkere plaats te bewaren.

  • Laag vochtgehalte: Het aandeel water in honing ligt tussen de 15 en 21 %. Door de interactie van de watermoleculen met monosacharidemoleculen (de meest eenvoudige vorm van suiker) is slechts een kleine en ontoereikende hoeveelheid water beschikbaar voor de groei van bacteriën.

  • De zuurtegraad: Door de relatief hoge zuurtegraad (pH 3,2 < X < 4,5) is honing een ongeschikte omgeving voor bacteriën om in te groeien en te overleven.


Verder bestaat er nog een vierde antibacteriële component dat niet in elke honingsoort voorkomt.
Non-peroxide antibacteriële activiteit: Deze vorm van antibacteriële activiteit is enkel terug te vinden in Mānukahoning.

Unique Mānuka Factor (UMF) en methylglyoxal (MGO)
Niet alle Mānukahoning heeft een hoge non-peroxide antibacteriële activiteit! Om de graad van deze unieke non-peroxide antibacteriële activiteit aan te geven aan de consument, bedacht professor Peter Molan van de Waikato University Honey Research Unit de eenheid “UMF” (Unique Mānuka Factor). Men test de antiseptische kracht van Mānukahoning door ze te meten aan een standaard antiseptisch middel (fenol of carbolzuur) om zo de UMF te bepalen. UMF 5+ komt overeen met 5 % fenol/water.

De UMF in Mānukahoning is afhankelijk van twee factoren


  • Zuiverheid : De term “monoflorale” honing is deels misleidend. Een monoflorale honing bevat altijd een aandeel aan andere nectarsoorten dan enkel de soort waarnaar de honing genoemd is. Monoflorale honing is eigenlijk overwegend één soort. Hierdoor kan de graad van zuiverheid schommelen tussen 50 % en 100 %. Hoe groter het aandeel aan Mānuka nectar in de honing, hoe hoger de UMF.

  • Geografische oorsprong: Voornamelijk Manukahoning afkomstig uit het noorden van Nieuw-Zeeland is gekend voor zijn hoge UMF. Andere regio’s in Nieuw-Zeeland produceren Mānuka met een variabele Unique Mānuka Factor.



In plaats van de UMF schaal te gebruiken, kan men volgens Professor Thomas Henle van de Universiteit Dresden de non-peroxide activiteit ook meten door de hoeveelheid methylglyoxal die aanwezig is in de honing na te gaan. Een MGO-waarde van ongeveer 85 mg/kg is vergelijkbaar met UMF 5.

Samenstelling
Mānukahoning MGO 85+ of UMF 5
Afkomstig van Nieuw-Zeeland

Gebruik
Naar behoefte, op de tong laten smelten, als ontbijt op brood, gemengd in yoghurt, een drank, smoothie, …
Kan ook als gezichtsmasker worden gebruikt of om wonden te verzorgen.
Niet geschikt voor kinderen jonger dan 12 maanden. Bewaren onder de 25 graden.

Een voedingssupplement mag niet als vervanging voor een gevarieerde voeding worden gebruikt.
De aanbevolen dagelijkse hoeveelheid niet overschrijden.

Wij gebruiken cookies om onze website beter af te stemmen op uw voorkeur. Dat surft gemakkelijker. Gaat u hiermee akkoord? Ja Nee Meer over cookies »
← Keer terug naar de backoffice    Professioneel advies en snelle levering ... Ontvang 5 % extra korting bij aankoop vanaf € 100 ... Gratis levering in België vanaf € 49 ... Veilig winkelen en geen extra kosten Verbergen